Considerations on the Dutch Power System towards 2050, based on 100 % renewable energy sources, including a proposal.

Based on a series of 5 KIVI meetings, organized in 2013, indicated with EU-2050 Power Lab, and two other meetings in 2014 indicated with Solar-PV 2050 Power Lab in co-operation with Utrecht Sustainability Institute (USI) and focusing on the eventual transition to a Dutch low carbon electric power system in 2050, the conclusions of Eric Persoon and Loek Boonstra of KIVI have been written down in a white paper.

Although 2050 may seem far into the future, it is very relevant to develop a plan already now because some of the technologies and investments will need a long period to reach the desired goal. Also current shorter term plans could be brought into perspective by comparing them with a long term goal.

What would be the ultimate goal that should be reached in 2050?
The 2050 low carbon EU targets are a reduction to at least 85 % of the CO2 emission compared with the emission level in 1990. The transition of the electric system to a system with a high renewable percentage in the fuelmix, offers a major share in the realization of that EU-2050 target. In a number of policy papers already written in Europe there is the ambition to have in 2050 a CO2 neutral electricity production in Europe, based on 100% Renewable Energy Sources (RES). What will this mean for a future, possible Dutch power system? To illustrate possible answers and to show a future low carbon electricity system proposal, is the main objective of this paper.

Download the white paper Power 2050

Rapport `Een schuldbewust land’

Posted by USI on juli 8th, 2014 | No Comments

Een jaar geleden stelden de leden van het Sustainable Finance Lab zich de schuldvraag: hoe komen we af van de problematische schulden en hoe voorkomen we dat deze in de toekomst weer tot zulke hoogtes stijgen? Het rapport ‘Een schuldbewust land’ concludeert dat Nederland is gezwicht voor ‘de schuldverleiding’, de mogelijkheid om via schuld verwachte toekomstige inkomsten nu reeds uit te geven. Nederland voelde zich voor 2008 rijk. Euforie over positieve financiële stromen onttrok echter gevaarlijk dalende voorraden aan het zicht. De bronnen van ons welzijn, de voorraden aan financieel-, sociaal- en ecologisch kapitaal, werden uitgehold. Het rapport presenteert een vijftal koerswijzigingen.

Voorkant SFL publicatie - een schuldbewust land juli 2014
Klik hier voor het rapport `Een schuldbewust land’.

More than 250 people attended the 7th Dutch CCS Symposium on 19 and/or 20 June 2014. Different perspectives (global, European and Dutch) on CCS resulted in informative speeches on Thursday morning. The speech ‘No CCS No 2 C’ by Brad Page underlined the necessity of CCS as a cost-effective climate mitigation measure. This message was reinforced in the video message by Maria van der Hoeven (IEA). Furthermore, Dick Benschop (Shell Netherlands) also stated that CCS is an essential technology for a low carbon future. Presentations are available on the CATO website.

Podium volle zaal

Book presentation: Linking the chain
What is the value of a large integrated research programme such as CATO? Rolf de Vos edited a book about this central question. He gave the first hardcopy of the book to Bert de Vries, deputy director-general at the Ministry of Economic Affairs. Many people co-operated to make this book happen, not least the SP co-ordinators and several PhD students. It is also available on the CATO website.

Knowledge festival
During lunch, several organisations presented themselves and their CCS research. One of the (quite literal!) highlights was the test installation for a new generation of sorbents that Wim Brilman (University of Twente) had brought to Amsterdam. The CCS Roadmap for the Netherlands was made visible by lines on the floor and an interactive vision board. Two lectures about mineral CO2 sequestration were given in a separate room.

The next generation: future research agenda
Around forty PhD students from the Netherlands, the United Kingdom and Norway had written a Declaration during a field trip on Wednesday in which they emphasised the importance of continuing CCS research and strengthening international networks. Their Declaration was handed to John Gale in the afternoon session about the CCS research agenda for the next 15 years. Guests from China, the United Kingdom, France and the Netherlands gave insight in their ambitions, plans and considerations.

Advances in CCS research: progress & achievements
Friday 20 June provided a diverse programme of in-depth scientific topics in the full CCS chain, ranging from capture to public perception. Experts from CATO and international scientists discussed state-of-the-art research. Young scientists were given the opportunity to include a poster for the poster challenge. The jury (Harry Schreurs, Nick Riley and Tore Torp) announced winners in two categories: storage (Maarten Pluymaekers) and other (Gerdien de Vries).

For more information please visit www.co2-cato.org.

Let op: nieuwe locatie

Dat circulair inkopen meerwaarde biedt staat vast. De voordelen zijn lagere kosten, beter leveranciersmanagement, minder afvalmanagement, minder prijsschommelingen en een beter imago doordat het bijdraagt aan het beperken van grondstoffenschaarste en aan een toekomstbestendige economie. De vraag is hoe het meten van economische, milieu- en maatschappelijke effecten kan bijdragen aan een efficiënte en effectieve circulaire inkoopstrategie?

Deze vraag staat centraal tijdens het vijfde Circular Economy Lab: Circulair Inkopen als aanjager van de Circulaire Economie – zo meten we dat!? Het lab wordt georganiseerd door het Utrecht Sustainability Institute in samenwerking met de Economic Board Utrecht en vindt plaats op dinsdag 24 juni van 19.30 – 22.00 uur in het Auditorium van Het Utrechts Archief, Hamburgerstraat 28, Utrecht.

Het doel van het lab is om de door de Universiteit Utrecht ontwikkelde meetmethode voor het maatschappelijke, economische en milieueffect van circulair inkopen met u te bespreken en aan uw praktijk te toetsen. Op basis van uw inbreng wordt de methode aangescherpt. Onze ambitie is dat deze methode dé methode wordt voor de BV Nederland.

Meld u direct aan voor deze bijeenkomst

Bekijk het programma en meer informatie over het lab.

De Daktuin Utrecht 2014 is geopend!

Posted by USI on juni 3rd, 2014 | No Comments

De Daktuin is een bloeiende en bruisende tuin op het dak van de parkeergarage naast de Universiteitsbibliotheek op het Utrecht Science Park. De Daktuin vormt het middelpunt van sociaal ondernemerschap in Utrecht en omgeving. Je kan er je laten inspireren door verrassende initiatieven en ontmoet mensen die op hun eigen duurzame, creatieve manier laten zien: “zo kan het ook!”. Deze groene oase in een woestijn van beton is gebouwd met restmateriaal, een flinke dosis positieve energie en de nodige fotosynthese. Beleef hier het buitenleven en geniet van een uitzonderlijk lekkere lunch, straffe koffie, of een kalmerende thee voordat je met een ijskoud biertje de zon ziet ondergaan.

Elke dag zijn de leukste mensen in de weer met het verzorgen van een goed programma onderdeel, het bevorderen van de groei van de plantjes, maar zeker ook het verzorgen van een sfeer die je niet wil missen!

Van 2 juni tot en met 27 juni is De Daktuin van maandag tot en met vrijdag van 11 tot 9 uur geopend. Op zaterdagen is er geen programma, maar is De Daktuin wel vrij toegankelijk van 11 tot 4 uur. Ook is de horecagelegenheid dan geopend.

In de maanden juli en augustus kun je wel van de zon genieten op De Daktuin, maar dit is niet geheel vrijblijvend. De Daktuin wordt in de maanden juli en augustus verhuurd. Mocht je hier ook interesse in hebben, laat het ons weten!

Vanaf maandag 1 september tot en met 19 september kun je er weer terecht voor een hapje, drankje en een verwonderlijk programma.

Klik hier voor een kleine impressie van De Daktuin Utrecht 2013.

Kijk voor meer informatie en het programma op www.dedaktuinutrecht.nl.

Utrecht 2040 – Duurzaamheidsprijs 2014

Posted by USI on mei 19th, 2014 | No Comments

Projecten in de provincie Utrecht die bijdragen aan het verminderen van energieverbruik in de bestaande woningvoorraad kunnen zich vanaf vandaag aanmelden voor de Duurzaamheidsprijs 2014. De winnaar krijgt € 10.000 voor de verdere uitvoering of opschaling van het initiatief, een wisselbokaal én publiciteit voor het project via Utrecht2040.

De Duurzaamheidsprijs gaat jaarlijks naar een initiatief dat een innovatieve oplossing biedt voor één van de urgente opgaven van Utrecht2040. Het thema van de Duurzaamheidsprijs 2014 is: ‘succesvolle energiebesparing in de bestaande woningvoorraad’.
In aanmerking komen projectinitiatieven:

  • in de provincie Utrecht;
  • die substantieel bijdragen aan een lager energieverbruik in de bestaande woningvoorraad;
  • waarmee een grote energiereductie (minimaal halvering van het energiegebruik) is gerealiseerd of gegarandeerd gerealiseerd gaat worden;
  • in de huursector en/of particuliere sector (het betrekken van de particuliere sector is een pre);
  • met betrokkenheid van bewoners (project dat initiatief is van bewoners zelf is een pre);
  • die een vernieuwende aanpak hanteren en als voorbeeld kunnen dienen voor andere projectinitiatieven of zelfs al tot concrete spin-off hebben geleid;
  • die opschaalbaar zijn, in uitvoering zijn of een concreet en overtuigend uitvoeringsplan hebben.

Energiebesparing in de gebouwde omgeving is een van de speerpunten in de provincie Utrecht. De gebouwde omgeving is namelijk verantwoordelijk voor ongeveer 42% van het totale energieverbruik. Dat gaat gepaard met een hoge uitstoot van CO2 en een steeds hogere energierekening voor bewoners en bedrijven. Een forse energiebesparing en bij voorkeur een energieneutrale gebouwde omgeving is dus wenselijk en noodzakelijk. Netwerk Utrecht2040 beloont graag het beste projectinitiatief dat hieraan bijdraagt. Grote stappen vragen een gezamenlijke inspanning van vele partijen, waaronder corporaties, huurders, particuliere eigenaren en de bouw- en installatiesector.

Inschrijven is mogelijk tot 1 september 2014 via www.utrecht2040.nl/duurzaamheidsprijs.

Bodembreed: in de praktijk gebeurt het

Posted by USI on mei 19th, 2014 | No Comments

Film over sessie BodemBreed 2013: de praktijk aan het woord | www.bodemambities.nl/pilots

Tijdens het Symposium BodemBreed in 2013 is in de sessie: In de praktijk gebeurt het! de praktijk aan het woord geweest. Aan de hand van de vier succesfactoren: mens, geld, innovatie en proces zijn de ervaringen van de deelnemers en de bestuurders, waaronder Jacqueline Cramer, gedeeld.

In deze sessie gaven initiatiefnemers vanuit de praktijk die bezig zijn met verbreding van het bodembeleid pitches over hun ervaringen met één van de vier succesfactoren: mens, geld, innovatie en proces. Bestuurders en deelnemers deelden de mening dat verbreding van het bodembeleid belangrijk en noodzakelijk is. Een weergave van deze sessie en een oproep om meer praktijkvoorbeelden met elkaar te delen is vastgelegd in een filmpje. De pitchers en bestuurders geven aan hoe belangrijk de ervaringen uit de praktijk zijn en dat het daarbij ook belangrijk is om met elkaar verbindingen te leggen en ervaringen te delen. Bekijk het filmpje, raakt gemotiveerd en meld uw praktijkvoorbeeld aan om met andere te delen via de website www.bodemambities.nl/pilots.

Bekijk het filmpje

Film Bodembreed met JC 19052014

De toekomst van de lichtbranche

Posted by USI on mei 19th, 2014 | No Comments

Jacqueline Cramer | Duurzaam Verlicht www.duurzaamverlicht.com | 19 mei 2014

Mijn verwachting is gelukkig grotendeels uitgekomen. Toen ik in 2007 het initiatief nam als Minister van Milieu om de gloeilamp uit te faseren, had ik daarover een duidelijk idee. De gloeilamp had zijn beste tijd gehad, was erg energie-inefficiënt en produceerde voornamelijk warmte in plaats van licht. Er waren veel energiezuiniger lampen op de markt, maar de verkoop daarvan stagneerde. Het was een kip ei probleem. De gloeilamp was in aanschaf zo goedkoop en geliefd bij burgers en professionele afnemers, dat deze de markt bleef domineren. Investeringen in technologische verbetering van energie-efficiënte lampen bleven beperkt. Om uit deze patstelling te komen, was de enige oplossing het forceren van een technologische doorbraak.

Ik zag led als de lamp voor de toekomst en de spaarlamp van belang in de overgangsfase. Wanneer duidelijk zou zijn voor de lichtproducenten dat deze strategie breed in Europa zou worden ingevoerd, verwachtte ik een enorme doorbraak in de ontwikkeling van de ledtechnologie. De lichtbranche deelde deze visie en was bereid gezamenlijk met mij op te trekken. Zij zorgde in Europa voor overeenstemming onder marktpartijen en ik overtuigde mijn collega-milieuministers in de EU Milieuraad van de noodzaak de gloeilamp uit te faseren. In Nederland stelde ik een Taskforce in met vertegenwoordigers uit de detailhandel, lichtbranche, consumenten en overheid om de invoering van het voorgestelde beleid te begeleiden.
Het afschaffen van het geliefde peertje riep natuurlijk ook weerstand op. Dat besefte ik me als Milieuminister heel goed. Mijn hoop was dat rond 2015 het alternatief voor de gloeilamp kwalitatief zo goed, energie-efficiënt en dus goedkoper zou zijn in gebruik, dat de kritiek sterk zou zijn afgenomen. Deze verwachting lijkt te worden bewaarheid. Het tempo waarin de ledtechnologie zich ontwikkelt, is spectaculair. Naarmate de afzetmarkt groeit, vermeerdert de opbrengst en daalt de prijs. De led zal het dan geleidelijk van de spaarlampen gaan overnemen. Zolang dit nog niet het geval is, blijft de spaarlamp een goed alternatief. Alleen bevat ze wel kwik en moet daarom apart worden ingezameld en gerecycled.

In principe gaat led heel lang mee. Vervanging van lampen is nauwelijks meer nodig. Waaraan verdienen lichtfabrikanten dan, wordt mij vaak gevraagd. Dat is het interessante van deze tijd, is mijn antwoord. Fabrikanten zoeken naar nieuwe businessmodellen om hun toekomst veilig te stellen. In plaats van ledlampen te verkopen, verschuift de markt geleidelijk naar het leasen ervan. Je koopt geen lamp meer maar een hoeveelheid uren licht. Ook zie je lichtfabrikanten hun strategie verbreden naar het ontwikkelen van integrale oplossingen. Daarmee worden ze bijvoorbeeld mede aanbieder van de inrichting van een geheel kantoor of huis. Wat dit betreft is led niet alleen technologisch en ecologisch, maar ook economisch gezien revolutionair. Het luidt een nieuw tijdperk in waarin niet zozeer de verkoop van producten, maar het aanbieden van diensten centraal komt te staan. Als deze ontwikkeling gepaard gaat met een zorgvuldig omgaan met grondstoffen en energie, dan kan dit substantieel bijdragen aan duurzaamheid.

Zojuist heeft Prof. Jacqueline Cramer in Amsterdam de handreiking ‘Gemeentelijke aanpak van de circulaire stad’ voor het eerst gepresenteerd tijdens het CE Boostcamp. Uitgangspunt van een circulaire stad is dat alle grondstofstromen na gebruik opnieuw gebruikt worden voor nieuwe producten en diensten. Het gaat daarbij niet alleen om huidige afvalstromen zo goed mogelijk in de kringloop terug te brengen, maar ook om het herontwerpen van materiaal- en productketens om volledige kringloopsluiting mogelijk te maken.

Voor steden levert dit zowel directe baten op zoals milieuwinst, kostenbesparing en extra waardecreatie, alsook indirecte baten in de vorm van extra werkgelegenheid, nieuwe bedrijvigheid en innovatie. Wat kunnen gemeenten doen om hun stad meer circulair te maken? Welke stappen kunnen zij zelf zetten in samenwerking met burgers en bedrijven? Prof. Jacqueline Cramer heeft op grond van de expertise van het USI en haar netwerk een stappenplan ontwikkeld voor steden.

Lees de handreiking: gemeentelijke aanpak van de circulaire stad

WANTED: Innovative ideas for climate adaptation business

Impacts of climate change are already happening. How do we adapt? Adapting to climate change offers opportunities for new business. Submit your idea for an adaptation product or service to Knowledge for Climate and Climate-KIC, convincing it is innovative, contributes to climate adaptation and has a great business potential.

KNOWLEDGE FOR CLIMATE AND CLIMATE-KIC OFFER: Up to 25,000 euro and international business coaching

The International Climate Adaptation Business Challenge provides a unique opportunity to transform your idea in commercial success. Get access to the Climate Adaptation Boot Camp: a unique two-day fast track course by a Climate-KIC team of international business coaches. The most promising business ideas receive financial support, and are provided an international stage to pitch your product or service. The winners of this Challenge receive up to 25,000 euro for implementation of their business plans and a wildcard for the review board of the Climate-KIC Accelerator.

How does it work?
Submit your business idea before 1 May 2014 (download the Application form).
>> read more about regulations and time schedule

Why this challenge?
Climate adaptation creates new challenges and therefore offers opportunities for business and innovative entrepreneurs. The research programme Knowledge for Climate and EU climate innovative programme Climate-KIC want to boost new climate business by stimulating the process of ‘ideation’: generating new business ideas and translating knowledge into innovative products and services. Therefore we organised the worlds first business competition on climate adaptation in 2013. Business ideas from the Climate Adaptation Business Challenge 2013 show the great potential of adaptation business.
>> read more

Contact
Sonja Döpp, Knowledge for Climate
T + 31 30 253 9647

‘Duurzaamheid is financiële factor

Posted by USI on april 25th, 2014 | No Comments

Jacqueline Cramer | Rabo Groen Bank E-magazine ‘Groene Kansen’ | april 2014

Bijdrage Rabo Groen Bank E-magazine Groene Kansen JC april 2014

1. Waarom staat duurzaamheid zo hoog op de agenda?
‘Simpel gezegd: we kunnen er niet meer omheen. Wereldwijd worden onze grondstoffen schaarser en de vervuiling van onze aardbol neemt toe. De noodzaak om steeds meer duurzame energiebronnen in te zetten is evident. We zullen echt spaarzamer moeten omgaan met onze grondstoffen. Bijvoorbeeld door deze weer terug te brengen in de kringloop en te hergebruiken. Zo ontstaat uiteindelijk een circulaire economie, zoals we dat noemen. Daar zijn we nu nog lang niet, maar is wel de richting die we op gaan.’

2. Welke ontwikkelingen signaleert u op het gebied van duurzaamheid?
‘Veertig jaar geleden lag de nadruk vooral op lokale milieuvervuiling. Geleidelijk aan kwam er steeds meer aandacht voor mondiale vraagstukken. De opwarming van de aarde en het schaarser worden van grondstoffen gaat immers iedereen ter wereld aan. Maar tegelijkertijd zijn de belangen tussen landen vaak zeer verschillend. Dat maakt bijvoorbeeld de aanpak van het klimaatvraagstuk op mondiaal niveau zo lastig. In Nederland kunnen wij van alles ondernemen, maar als de rest van de wereld niks doet, schiet het niet echt op. Voor deze uitdaging staan we nu. Hoe krijgen we alle handen op elkaar? Als reactie op de moeizame internationale onderhandelingen over het klimaatvraagstuk, zie je nu overal op lokaal niveau initiatieven ontstaan van burgers, bedrijven en gemeenten. Vaak zijn die initiatieven gemakkelijker te organiseren en daardoor succesvoller.’

3. Hoe kan het bedrijfsleven bijdragen aan een duurzame samenleving?
‘Bedrijven zijn cruciaal. Zij bepalen voor een groot deel in welke richting de economie zich ontwikkelt. Tegenwoordig is duurzaamheid voor veel bedrijven onderdeel van hun business-strategie. Daarover ben ik heel positief. Waar vroeger enkel een milieucoördinator zich met het onderwerp bezighield, bemoeit nu de top van een bedrijf zich ermee. Omdat ze inzien dat zuiniger omgaan met energie ook financieel efficiënter is. Duurzaamheid is niet langer iets om er zomaar even bij te doen, het is een bepalende economische factor geworden. Dat betekent overigens nog lang niet dat het bedrijfsleven nu helemaal duurzaam is. Bedrijven zitten midden in de transitie waar de hele wereld in zit. Het ene bedrijf is daarin al verder dan het andere. Maar allemaal snappen ze dat ze een stap moeten zetten richting die duurzame economie.’

4. Wat vindt u van de groenregeling?
‘Dat zoveel burgers, inclusief ikzelf, hun spaargeld beleggen in groenfondsen en daarmee bijdragen aan de totstandkoming van duurzame initiatieven is natuurlijk fantastisch. Tegelijkertijd mag het van mij nog een stap verder gaan. Ik zou graag zien dat duurzaamheid voor banken niet alleen een criterium is bij de investeringen vanuit de groenfondsen, maar ook voor de mainstream financiering. Investeer als bank bijvoorbeeld niet in vastgoed dat over tien jaar al niet meer duurzaam is. Laat het duurzaamheidaspect meewegen in de risicobepaling van élke investering. Dat is pas echt duurzaam.’

5. Hoe positief ziet u een duurzame toekomst in?
‘Ik houd me al meer dan veertig jaar bezig met het onderwerp. Twintig jaar geleden had ik niet voor mogelijk gehouden dat we nu al zo ver zouden zijn. Het besef dat duurzaamheid van wezenlijk belang is voor de toekomst van onze aarde, is wereldwijd groter dan ooit. We realiseren ons steeds beter dat de wereld slechts één wereld is. En dat we daar met z’n allen zuinig op moeten zijn. Technisch is er ontzettend veel mogelijk. En die ontwikkelingen gaan razendsnel. Maar duurzaamheid gaat niet alleen over nieuwe technieken, het is een maatschappelijke verandering. Daarin moet je mensen meenemen. Nederland is goed bezig als het gaat om het terugdringen van vervuiling in stedelijke gebieden. Maar op het gebied van klimaat en energie lopen wij juist weer achter op andere landen. Het is dus een gemêleerd plaatje. Toch kijk ik graag naar de lichtpuntjes als het gaat om de toekomst. Ik zoek altijd naar de positieve dynamiek, want daar zit de vernieuwing.’

Jacqueline Cramer is directeur van het Utrecht Sustainability Institute (USI), een toonaangevende netwerkorganisatie op het gebied van duurzaamheid in Nederland. Hoofdonderwerp is de transitie van duurzame urbane regio’s.

Jacqueline Cramer | Tijdschrift Milieu www.vvm.info | 2-2014

Download dit artikel als PDF

Bron: www.vvm.info

Naar een duurzame stad

Posted by USI on april 11th, 2014 | No Comments

Jacqueline Cramer | Stichting Maatschappij en Onderneming www.smo.nl | 7 april 2014

Het is vreemd om je eigen werk 20 jaar na dato weer te herlezen. Die ervaring bekroop me, toen ik de SMO uitgave Naar een duurzame stad opnieuw onder ogen kreeg. Toch was het een feest van herkenning. De inhoud blijkt nog steeds actueel. Alleen hebben we inmiddels wel veel meer technische en praktische kennis opgebouwd.

De SMO uitgave Naar een duurzame stad is geschreven in 1994. Het was een optimistische tijd, vlak na de belangrijke Rio milieu-conferentie van 1992. In navolging van het Brundtland rapport ‘Our Common Future’ stond tijdens die conferentie het streven naar een duurzame ontwikkeling centraal. We realiseerden ons dat het milieuvraagstuk niet kon worden opgelost zonder daarbij het verband te leggen met de economische tegenstellingen wereldwijd. We waren ons terdege bewust van het feit dat onze ecologische voetafdruk mede bepaald werd door wat we aan grondstoffen importeerden, vaak gewonnen onder sociaal en ecologisch slechte omstandigheden. Om duurzame ontwikkeling te realiseren, moesten daarom milieu, economie en menselijk welzijn hand in hand gaan.

Duurzame Ontwikkeling

Het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ verenigde de deelnemers aan de Rio conferentie. Maar wat dit begrip concreet betekende, moesten we nog uitvinden. Wel was er ook toen al een roep om acties op lokaal niveau te omarmen. Daar ligt immers de basis van alle verandering. Er werd een Lokale Agenda 21 geformuleerd waarin steden opgeroepen werden om duurzaam te gaan handelen. Het argument dat een steeds groter deel van de wereldbevolking in steden zou gaan wonen (nu 50% en in 2015 rond 75%) speelde toen echter minder.

Destijds vertaalden we het begrip duurzame ontwikkeling in woorden als ‘integraal ketenbeheer’ en ‘het sluiten van stofkringlopen’. Nu noemen we dat ‘cradle to cradle’ en het streven naar een circulaire economie. Maar de essentie van hetgeen ons inhoudelijk voor ogen stond, was nauwelijks anders.

We wisten dus inhoudelijk wel wat een duurzame stad zou kunnen zijn, maar hadden er nog weinig technische en praktische ervaring mee. In de SMO-uitgave hield ik een pleidooi voor het formuleren van duurzaamheidsstrategieën op de belangrijkste actieterreinen: energie, water, mobiliteit, afval en leefbaarheid. De voorbeelden die ik gaf, waren toen nog redelijk futuristisch. Het ging over energiezuinige woningen en over het sluiten van de afvalkringlopen.

Gelukkig zijn we inmiddels een stuk verder. We kunnen nu energieneutrale, of zelfs energieleverende, woningen bouwen. Ook zijn we technisch in staat om een groeiend aantal afvalstromen grotendeels terug te brengen in de kringloop en vergaande zuivering van afvalwater toe te passen met terugwinning van grondstoffen als gevolg. Het grote probleem waar we nu voor staan, is ervoor te zorgen dat wat er technisch op het niveau van een huis of afvalstroom op kleine schaal kan, wordt opgeschaald tot het niveau van een wijk of zelfs een hele stad. Dat vergt een hele andere aanpak. Het gaat dan niet meer om een individueel bedrijf dat een duurzaam product op de markt brengt, maar om een consortium van bedrijven dat grootschalig een transitie naar een duurzame wijk in gang weet te brengen. Dit vergt nieuwe vormen van samenwerken en andere juridische en financiële arrangementen.

De ervaring leert dat zo’n transitie niet lukt zonder betrokkenheid van de mensen in die wijk. Ook zij moeten het belang en het positieve ervan inzien. Bewoners zijn als geen ander in staat om die beweging van onderop tot stand te brengen. En dat zie je ook steeds meer gebeuren. Het zijn burgers die in actie komen om hun wijk op een duurzame leest te schoeien. Ze kopen gezamenlijk zonnepanelen in en installeren die op hun daken. Ze starten acties om energiebesparing collectief aan te pakken. Dat zijn positieve ontwikkelingen die volop de ruimte moeten krijgen.

Conclusie

Het streven naar duurzame ontwikkeling is in twintig jaar tijd wel ingezonken in onze maatschappij. Bedrijven snappen dat ze zuinig moeten omgaan met energie en grondstoffen en dat dit in hun eigen belang is. Burgers hebben intuïtief een zelfde gevoel. Maar hoe we met zijn allen de oude economie achter ons kunnen laten en kunnen toegroeien naar een duurzame economie, is een gigantische uitdaging. Veranderingen op het niveau van wijken of zelfs steden vinden plaats in weerwil van bestaande structuren en culturele gewoonten. Alle verandering betekent afscheid nemen van het oude. Gezien het feit dat dit botst met gevestigde belangen en instituties, zal het proces van verandering geleidelijk gaan. Toch zien we steeds meer steden die zich sterk maken voor een gezonde en duurzame stad en concrete acties daarop ondernemen. Energieneutrale wijken, een circulaire stad waarin afval weer grondstof wordt, duurzame mobiliteit en groen in de stad zijn realistische ambities geworden. Hoe hardnekkig veranderingsprocessen ook zijn, we zien wel degelijk dat in steden duurzame ontwikkeling gaande is. Was in 1994 een duurzame stad nog grotendeels theorie, in 2014 wordt het stapje voor stapje praktijk.

Slim net moet goedkoper worden

Posted by USI on maart 20th, 2014 | No Comments

Norbert Cuijper | Ensoc Magazine Ensoc.nl | voorjaar 2014

Download dit artikel als PDF

Bron: www.ensoc.nl

Nieuwe publicatie(s)

Prof. dr. Jacqueline Cramer, Utrecht Sustainability Institute - 2014

Nieuwsarchief

Agenda

<< Aug 2014 >>
maandinswoendondvrijzatezond
28 29 30 31 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31

Evenementen